Deze lijst met veel voorkomende vragen is opgesteld door de
juristen van de BNO. Daar de meesten van ons een vrij beroep
beoefenen, raden we als Ambassade iedereen aan om lid van de BNO te
worden om enigszins bescherming te genieten.
• Is er een salarisrichtlijn voor ontwerpers?
• Is er een CAO voor ontwerpers?
• Wie betaalt de bijscholing?
• Is een concurrentiebeding in een arbeidscontract geldig?
• Moet ik als beginnend ontwerper een BTW-nummer aanvragen?
• Moet ik me als zelfstandig ontwerper inschrijven bij de Kamer van
Koophandel?
• Welke verzekeringen moet ik als zelfstandig ontwerper
afsluiten?
• Moet ik betalen voor muziek op de werkplek (SENA)?
• Moet ik betalen voor het maken van kopieën op de werkplek (St.
Reprorecht)?
• Moet ik algemene voorwaarden gebruiken?
• Wat is een geheimhoudingsverklaring?
• Hoe bereken ik mijn honorarium?
• Kan ik voor een opdracht ook betaald worden door middel van
royalty's?
• Welk royaltypercentage kan ik vragen?
• In hoeverre is een ontwerper gebonden aan de briefing van een
opdrachtgever?
• Moet meerwerk bij een opdracht altijd worden betaald?
• Hoe voorkom ik misverstanden over kleurenproeven met de
opdrachtgever?
• Zijn mondelinge afspraken met klanten geldig?
• Wat kan ik doen als een klant niet betaalt?
• Waar of hoe vind ik een goede boekhouder?
Is er een salarisrichtlijn voor ontwerpers?
Ja. De salarisrichtlijnen van de BNO zijn voor niet-leden tegen
betaling van €19,- (incl. BTW en verzendkosten) te bestellen via
bno@bno.nl. Voor leden zijn de salarisrichtlijnen gratis. Als je
gaat solliciteren bij een bij de BNO aangesloten ontwerpbureau kun
je wellicht inzage krijgen in het exemplaar van het betreffende
bureau.
Is er een CAO voor ontwerpers?
Nee, de ontwerpbranche heeft geen eigen CAO. De BNO kent wel
salarisrichtlijnen voor ontwerpbureaus. Deze worden veel gebruikt,
ook door niet-BNO-leden. In de richtlijnen zijn 28 functies
opgenomen die op ontwerpbureaus voorkomen. De richtlijnen geven
salarisindicaties voor de functies.
Daarnaast wordt een aantal secundaire arbeidsvoorwaarden genoemd.
Vooral omdat ontwerpbureaus variëren in omvang – van één werknemer
tot bijvoorbeeld 100 werknemers – is moeilijk een vaste regel te
geven voor secundaire arbeidsvoorwaarden.
Bij het opstellen en de jaarlijkse aanpassing van de richtlijnen
wordt gekeken naar trends in de branche, CAO’s van andere branches
zoals de architecten CAO en grafische CAO (resp. van de BNA en de
KVGO).
Wie betaalt de bijscholing?
Wanneer een werknemer een cursus of vervolgopleiding gaat volgen,
komen daar natuurlijk kosten bij kijken. Wettelijk is hierover
niets geregeld, dus zal in goed overleg iets moeten worden
afgesproken.
Wanneer de studie in het belang is van het werk, zal de werkgever
over het algemeen de kosten daarvoor dragen. Overigens kan de
werkgever vaak aanspraak maken op een fiscale tegemoetkoming voor
scholing.
Ook de reis- en eventuele andere bijkomende kosten komen normaal
gesproken voor rekening van de werkgever. Moeilijker wordt het,
wanneer de werknemer (kort) na de opleiding besluit elders te gaan
werken.
De BNO adviseert om bij uitdiensttreding binnen een jaar na
voltooiing van de opleiding 75% van de opleidingskosten voor
rekening van de werknemer te laten zijn. Bij vertrek binnen twee
jaar wordt geadviseerd om 50% voor rekening van werkgever te laten
en 50% te laten terug betalen door de werknemer.
Natuurlijk is dit niet van toepassing wanneer de werknemer
gedwongen vertrekt. Leg in elk geval de voorwaarden waaronder de
opleiding gevolgd gaat worden van tevoren vast in een
opleidingsovereenkomst.
Is een concurrentiebeding in een arbeidscontract geldig?
In veel arbeidsovereenkomsten wordt een concurrentiebeding
opgenomen. Met zo’n beding kan een werkgever verhinderen dat een
werknemer tijdens of na zijn dienstverband ten onrechte gebruik
maakt van kennis en ervaring die bij de werkgever is opgedaan.
Je ziet vaak dat zo’n concurrentiebeding veel te beperkend is voor
de werknemer. Rechters willen zo’n beding nog wel eens niet
accepteren. De BNO gaat er in zijn standaardcontracten vanuit dat
een werknemer na zijn dienstverband gedurende een half jaar niet
voor klanten van zijn ex-werkgever mag werken.
Moet ik als beginnend ontwerper een BTW-nummer
aanvragen?
Ja, als je als zelfstandig ontwerper opdrachten wilt aannemen, is
het verstandig meteen een BTW-nummer aan te vragen. Alleen wanneer
je slechts een paar kleine opdrachten doet per jaar (en dus weinig
investeringen zult doen in je eigen bedrijf), en daarnaast
bijvoorbeeld in loondienst werkt, hoef je dat niet te doen. In
principe werkt de BTW zo, dat het ‘vestzak-broekzak’ is: je
verdient er niks aan.
Maar als beginnend ontwerper, met relatief veel investeringen en
weinig inkomsten, kan het voorkomen dat je meer BTW ‘terugkrijgt’
dan dat je af moet dragen. Je kunt ook de BTW van investeringen
terugkrijgen, die je doet voordat je je eerste opdracht hebt.
Daarom is het van belang - ook voordat je een officieel BTW-nummer
hebt gekregen - om alle facturen en bonnen te bewaren van deze
kosten. Ook deze BTW kan, zelfs enige maanden later nog, worden
teruggevraagd.
Moet ik me als zelfstandig ontwerper inschrijven bij de Kamer
van Koophandel?
Met ingang van 1 juli 2008 is elke ondernemer - dus ook de vrije
beroepsbeoefenaar - verplicht zich in het handelsregister van de
Kamer van Koophandel te laten inschrijven, zo ook de ontwerpers.
Let er op dat in de omschrijving het 'ontwerpen' als de voornaamste
activiteit wordt benoemd.
Welke verzekeringen moet ik als zelfstandig ontwerper
afsluiten?
Voordat je kunt bepalen welke verzekeringen je af wilt sluiten,
dien je eerst in kaart te brengen welke risico's je bedrijf loopt.
Daarna kun je bepalen welke van die risico's je voor eigen rekening
wilt nemen en welke je door middel van een verzekering wilt
afdekken. Hieronder volgen de meest gangbare verzekeringen voor
ontwerpers en ontwerpbureaus.
Met betrekking tot een aantal verzekeringen heeft de BNO een
(kortings)afspraak gemaakt met verzekeraars, waarvan leden gebruik
kunnen maken. Achter die verzekeringen staat een sterretje*.
Brandverzekering
Een brandverzekering (= gebouwen- en glasverzekering en inventaris-
en goederenverzekering) omvat doorgaans niet alleen brandschade,
maar ook schade als gevolg van storm, water en inbraak.
Computerverzekering
Een uitgebreide computerverzekering dekt de directe schade, extra
kosten en dataverlies als gevolg van bijvoorbeeld diefstal,
verkeerde bediening van de apparatuur, eigen gebrek en
virussen.
Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering *
Het zakelijk equivalent van de particuliere WA-verzekering. Normaal
gesproken dekt de verzekering aan derden toegebrachte schade door
de werknemers, producten, productiemiddelen en gebouwen.
Beroepsaansprakelijkheidsverzekering *
Deze verzekering voorziet in een dekking voor fouten en
nalatigheden in de bedrijfsuitoefening.
Productaansprakelijkheidsverzekering
Producenten zijn aansprakelijk voor schade veroorzaakt door hen in
het verkeer gebrachte artikelen. Een producent kan, als er een
ontwerpfout gemaakt is, op zijn beurt bij de ontwerper
aankloppen.
Autoverzekering
Als je in het bezit bent van een auto is de WA-verzekering
verplicht. Daarnaast kun je de verzekering uitbreiden voor schade
aan je eigen voertuig, zoals de all-risks verzekering en de
cascodekking en met een ongevallenverzekering voor inzittenden.
Transportverzekering
Soms van belang, denk bijvoorbeeld aan
tentoonstellingsmateriaal.
Zorgverzekering *
Met betrekking tot een aantal verzekeringen heeft de BNO een
(kortings)afspraak gemaakt met verzekeraars, waarvan leden gebruik
kunnen maken. Achter die verzekeringen staat een sterretje*
Ziekengeldverzekering *
Van belang voor degenen die werknemers hebben, omdat zij zieke
werknemers wettelijk verplicht zijn minimaal 70% van het salaris
door te betalen.
Inkomensverzekeringen *
De wensen en behoeften die bepalend zijn voor de
inkomensverzekeringen kunnen uiteenlopen. Vaak wordt een combinatie
gezocht tussen een arbeidsongeschiktheidsverzekering en een
pensioen of een lijfrente.
Moet ik betalen voor muziek op de werkplek (SENA)?
De Stichting Sena (Stichting ter Exploitatie van Naburige Rechten)
incasseert vergoedingen voor de uitvoerende artiesten en
producenten. Deze vergoeding is wettelijk verschuldigd zodra muziek
in het openbaar ten gehore wordt gebracht. Het maakt daarbij niet
uit of het gaat om muziek via de radio of van (zelf aangeschafte)
CD's.
Navraag bij Sena leert dat als vuistregel voor 'in het openbaar ten
gehore brengen' geldt dat er drie of meer personen naar de muziek
kunnen luisteren. Werk je dus met minder dan drie personen, of werk
je met een walkman op, dan kun je op het formulier aangeven dat er
binnen je bedrijf geen muziek ten gehore wordt gebracht.
De BNO heeft geen collectieve regeling met Sena afgesloten.
Ondernemers dienen zelf opgave te doen, ook degenen die geen
formulier toegestuurd gekregen hebben! Voor meer informatie kijk op
de website van
www.sena.nl>Sena of bel hun
speciale telefoonnummer (070-4528408).
Moet ik betalen voor het maken van kopieën op de werkplek (St.
Reprorecht)?
Ondernemingen zijn sinds 2003 verplicht een vergoeding te betalen
voor het kopiëren van auteursrechtelijk beschermd materiaal. De
Stichting Reprorecht is de instantie die de vergoedingen
incasseert.
Nadat in eerste instantie absurd hoge rekeningen werden verstuurd,
is in maart 2004 na overleg tussen de Stichting Reprorecht en
verschillende brancheorganisaties een regeling tot stand gekomen,
waarbij vaste vergoedingen in rekening worden gebracht op basis van
de omvang van de onderneming en indeling in een bepaalde
branche.
Indien een onderneming of de Stichting aannemelijk maakt dat het
aantal kopieën niet in verhouding staat tot de categorie waarin een
onderneming is ingedeeld, kan een individuele regeling getroffen
worden.
Alleen als je onderneming verkeerd is ingedeeld of als er echt geen
kopieerapparaat aanwezig is, is bezwaar maken mogelijk. Kijk
hiervoor op de website van de Stichting Reprorecht, daar vind je de
indeling, een toelichting wat onder 'kopieerapparaat' wordt
verstaan en een link naar een bezwaar formulier. Mocht je daar niet
uitkomen, neem dan contact op met de Stichting Reprorecht. Zie
www.reprorecht.nl.
Moet ik algemene voorwaarden gebruiken?
Je moet niks. Je kunt in principe mondeling een afspraak maken met
je opdrachtgever, en daarmee basta. Maar het is wel verstandig om
voorwaarden te gebruiken, en om een schriftelijke overeenkomst
(ondertekende offerte) te sluiten voor je met de opdracht
begint.
In de algemene voorwaarden regel je alle zaken die je niet
expliciet in de offerte hebt opgenomen. Daarbij kun je denken aan
betalingsregelingen, aansprakelijkheid en auteursrechtelijke
afspraken.
Algemene voorwaarden gelden overigens alleen wanneer ze mee worden
gestuurd met de offerte. Ernaar verwijzen in de offerte of op het
briefpapier is in principe onvoldoende.
De BNO heeft eigen algemene voorwaarden, die door de leden kunnen
worden gebruikt. Ze kunnen worden gedownload via deze website
Algemene Voorwaarden). Niet-leden kunnen hun eigen voorwaarden wel
baseren op die van de BNO, maar er geen rechtstreeks gebruik van
maken, en er niet naar verwijzen. Bij de Kamer van Koophandel is
het ook mogelijk om voorwaarden te bestellen voor eigen
gebruik.
Wat is een geheimhoudingsverklaring?
Ideeën en concepten zijn auteursrechtelijk niet beschermd. Het
uitgangspunt van een geheimhoudingsverklaring is dat voorafgaand
aan het presenteren van een idee/concept de potentiële klant
geheimhouding garandeert. Daarbij gaat het doorgaans om de garantie
dat de klant het idee of concept niet zonder toestemming van de
ontwerper zal gebruiken.
Als een ontwerper op eigen initiatief (dus niet in opdracht) een
klant benadert, kan het verstandig zijn om een
geheimhoudingsverklaring te laten ondertekenen. Leden kunnen bij de
BNO een concept-geheimhoudingsovereenkomst opvragen.
Hoe bereken ik mijn honorarium?
Veel beginnende ontwerpers vinden het lastig om de hoogte van het
honorarium te bepalen. Je wilt niet te veel vragen en ook niet te
weinig. Vragen over je honorarium krijg je bijna altijd, wees dus
voorbereid. De meest gebruikte formule voor het berekenen van je
honorarium is het aantal uren te vermenigvuldigen met je
uurtarief.
Er is geen standaard-honorarium en er zijn geen
standaard-uurtarieven. Een uurtarief is vaak afhankelijk van je
opleidingsniveau, portfolio, werkervaring, stages, aard van de
opdrachtgever, etc. Indien de opdrachtgever de opdracht tussentijds
wil aanpassen laat hem dan direct weten welke gevolgen dit heeft
voor het honorarium.
Kan ik voor een opdracht ook betaald worden door middel van
royalty's?
Betaald worden door middel van royalties, betekent dat de ontwerper
risico draagt wat betreft de mate van succes van een bepaald
product. Met name industrieel ontwerpers en
kinderboek-illustratoren bedienen zich vaker van deze
constructie.
Een royalty vindt vaak plaats in de vorm van een percentage van de
verkoopprijs, bijvoorbeeld 10%. De BNO raadt (zeker in
opdrachtsituaties) aan om naast royalties altijd een vast bedrag af
te spreken. Dat kan een honorarium zijn of een niet-terugvorderbaar
voorschot.
Welk royaltypercentage kan ik vragen?
Bij het verstrekken van een licentie of een overdracht van rechten
kan in plaats van een eenmalige vergoeding ook een
royaltyvergoeding overeengekomen worden. Dit is vaak het geval
wanneer het succes van het product nog niet zeker is.
De royaltyvergoeding bestaat vaak uit een niet-terugvorderbaar
voorschot en een percentage van de opbrengst van de verkoop per
product. Zowel het percentage als het bedrag waarover het
percentage wordt berekend is het resultaat van onderhandelingen met
de licentienemer/producent.
Er zijn geen standaard-percentages. Deze kunnen afhangen van
verschillende factoren, zoals de verwachtingen ten aanzien van de
productiekosten of investeringen, de afzetperiode en -gebieden, de
verkoopprijs en te verkopen aantallen.
Het bedrag waarover de royaltyvergoeding wordt berekend kan ook
verschillen, bijvoorbeeld de prijs-af-fabriek, de
consumentenverkoopprijs of een vast bedrag. BNO-leden kunnen
gebruik maken van een voorbeeld royaltyovereenkomst.
In hoeverre is een ontwerper gebonden aan de briefing van een
opdrachtgever?
Een interessante vraag, omdat menig ontwerper het als zijn
verantwoordelijkheid ziet om de opdrachtgever ‘verder’ te laten
kijken dan de briefing. De gedachte daarbij is dat de ontwerper
vanuit zijn expertise opossingen kan aandragen waar de
opdrachtgever zelf niet aan zou denken.
In die zin kan het inderdaad heel zinvol zijn als de ontwerper
buiten de briefing om voorstellen doet. Toch dient een ontwerper
zich te realiseren dat de briefing niet zomaar terzijde geschoven
kan worden. Hiermee doel ik niet zozeer op de mogelijke (en zeker
niet denkbeeldige!) irritaties bij de opdrachtgever. Veelal worden
vooral de juridische consequenties onderschat.
Normaal gesproken is de briefing immers een onderdeel van de
opdracht. Als de ontwerper nu allerlei zelfstandige voorstellen
doet, waarna de opdrachtgever te kennen geeft de briefing toch te
willen volgen, dan is de opdrachtgever strikt genomen niet gehouden
de uren van de ontwerper te voldoen. Doet een ontwerper dus
voorstellen die buiten de briefing om gaan, dan doet hij dat voor
eigen risico.
Moet meerwerk bij een opdracht altijd worden betaald?
Het komt regelmatig voor dat een ontwerper bij een opdracht veel
meer werk dient te verrichten dan vooraf is voorzien. Dat kan
verschillende oorzaken hebben. De opdrachtgever kan andere wensen
hebben gekregen of materiaal veel te laat hebben aangeleverd.
Ook kan de opdrachtgever veel meer presentaties verlangen dan
‘normaal’ is in zo’n situatie. Aan de andere kant komt het ook vaak
voor dat een ontwerper gewoon veel meer tijd in een opdracht
steekt, omdat hij het vooraf verkeerd heeft ingeschat.
De basisregel in dit soort situaties is dat degene die er
verantwoordelijk voor is dat er meer werk moet worden verricht, ook
de kosten voor het meerwerk moet dragen. Als ontwerper dient men,
als men voorziet dat er meerwerk voor rekening van de opdrachtgever
aankomt, de opdrachtgever hiervan wel op de hoogte te brengen.
Spreek ook goed af wat precies de bedoeling is van een opdracht en
hoeveel besprekingen/presentaties er aan een opdracht zijn
verbonden.
Hoe voorkom ik misverstanden over kleurenproeven met de
opdrachtgever?
Je kunt met de opdrachtgever afspreken dat hij de laatste modellen,
prototypes of proeven van het ontwerp zal controleren en
goedkeuren, voordat tot productie, verveelvoudiging of
openbaarmaking wordt overgegaan.
In de BNO-leveringsvoorwaarden is dit expliciet opgenomen. Het is
wel belangrijk dat de opdrachtgever weet waar hij zijn goedkeuring
aan verleent. Daarom is het verstandig op de print zelf de volgende
tekst toe te voegen: 'De afgebeelde kleuren gelden als indicatie en
kunnen afwijken van de kleuren in het (eind)resultaat. Aan dit
voorbeeld kunnen geen rechten worden ontleend.'
Zijn mondelinge afspraken met klanten geldig?
In beginsel zijn mondelinge afspraken net zo bindend als
overeenkomsten die op schrift zijn gesteld. Wel zijn mondelinge
afspraken vaak moeilijker te bewijzen en is de kans op
misverstanden groter.
Het verdient dan ook aanbeveling om afspraken schriftelijk vast te
leggen, zeker als het om relevante bedragen gaat. In hoeverre een
bedrag relevant is, hangt af van de specifieke omstandigheden. Voor
een beginnend ontwerper kan 500 euro een aanzienlijk bedrag zijn,
terwijl dit voor een groter bureau veel minder relevant is.
Let er wel op dat in sommige contracten is opgenomen dat slechts
schriftelijk van de afspraken kan worden afgeweken. In die gevallen
is het natuurlijk verstandig om afwijkingen op de overeenkomst wel
schriftelijk vast te leggen.
Wat kan ik doen als een klant niet betaalt?
Hoe goed je je zaken ook regelt, de kans is groot dat je een keer
stuit op een wanbetaler. Het hangt van de situatie af wat de beste
benadering is. Eerst zou men de klant moeten benaderen, waarbij de
toon gaandeweg wat dwingender kan worden. Als men te maken heeft
met een ‘echte’ wanbetaler, dan kan men kiezen tussen een
incassobureau, deurwaarden of advocaat. Een incassobureau is vaak
niet geschikt voor ontwerpers, omdat hun vorderingen vaak niet
standaard zijn en incassobureaus zaken juist standaard
afhandelen.
Heeft men een ‘simpele’ vordering, dan kan men het beste gewoon een
deurwaarder uit de buurt nemen. Een deurwaarder kan goed zijn voor
een kleinere vordering, maar de deskundigheid m.b.t. het
auteursrecht en andere specifieke problemen van de ontwerpbranche
laat vaak te wensen over. Voor ingewikkeldere of grotere
vorderingen kan beter een advocaat in de arm genomen worden.
Waar of hoe vind ik een goede boekhouder?
De BNO heeft geen database van geschikte boekhouders en
accountants. Dat zou gezien de spreiding van onze leden over heel
Nederland geen doen zijn. Ons advies luidt om allereerst in eigen
(professionele) kring te informeren naar goede ervaringen. Levert
dat niets op, handel dan als volgt: Maak een checklist van zaken
die je van je boekhouder / administratiekantoor verwacht. Daarop
moeten tenminste de volgende zaken:
• opstellen jaarstukken
• aangifte Inkomsten belasting
• verwerken administratie in boekhouding
• vraagstukken BTW
• motivatie
• prijsstelling
• serviceniveau
• transparantie
Vraag daarbij een prijsindicatie voor de vaste jaarlijkse
componenten die jij gaat afnemen (met +/- 10% marge) en de
condities voor meerwerk. Stuur of mail deze checklist aan
aanbieders van deze dienst in de buurt van je werkplek. Op basis
van de reacties die je terugkrijgt kun je met een paar gegadigden
gaan praten.
Maak je keuze op basis van de meest gunstige combinatie van prijs
en kwaliteit van de dienstverlening. Belangrijk: beding dat jouw
administratie jouw eigendom is waarover je op elk door jou gewenst
moment kan beschikken. En ga in beginsel geen lange termijn
verbintenissen aan.