In de praktijk komen we veel identieke vragen en problemen tegen.
Hieronder geven de zakelijke en juridische adviseurs van de bno
antwoord op de meest gestelde vragen.
Lijst behandelde onderwerpen
(Scroll naar beneden voor de antwoorden)
• Wat is auteursrecht?
• Moet ik om auteursrecht te verkrijgen mijn ontwerp
registreren?
• Geldt het auteursrecht ook voor ideeën?
• Geldt het auteursrecht ook voor internet?
• Geldt het auteursrecht als het werk wordt gebruikt voor een
non-profitorganisatie?
• Kan het auteursrecht worden omzeild door een ontwerp op 7
plaatsen te wijzigen?
• Kan het auteursrecht worden overgedragen?
• Kan een ontwerper zich verzetten tegen een wijziging in zijn
werk?
• Heb ik als ontwerper recht op naamsvermelding?
• Hoe lang blijft het auteursrecht geldig?
• Een klant wil de rechten op mijn ontwerp afkopen. Wat betekent
dat?
• Wat is een licentie?
• Wat is het verschil tussen een licentie en een overdracht van
auteursrechten?
• Wat is het verschil tussen een patent en een octrooi?
• Mijn opdrachtgever heeft me gevraagd zijn logo als merk te
deponeren. Hoe werkt dat?
• Mijn opdrachtgever wil mijn ontwerp als model deponeren. Wat
betekent dat?
• Wat is portretrecht?
• Kun je ook beelden citeren?
• Mogen afbeeldingen van bankbiljetten vrij gebruikt worden?
• Mag ik bij wijze van grap een afbeelding van Goofy gebruiken voor
een cover?
Wat is auteursrecht?
Het auteursrecht ontstaat automatisch met het creeren van een
ontwerp, en regelt de rechten van de maker ten aanzien van het
gebruik van het ontwerp.
Moet ik om auteursrecht te verkrijgen mijn ontwerp
registreren?
Nee. Het auteursrecht ontstaat automatisch met het creëren van een
ontwerp. Wel kan men voor de zekerheid een ontwerp laten registeren
bij de belastingdienst, afdeling succesie en registratie. Dat kost
ongeveer vijf euro. Industrieel ontwerpers kunnen hun werk veelal
ook deponeren als model bij het Benelux Modellenbureu te Den
Haag.
Geldt het auteursrecht ook voor ideeën?
Het auteursrecht is een belangrijk instrument voor ontwerpers. Met
dit recht kan een ontwerper plagiaat tegengaan en zorgen dat
opdrachtgevers zijn ontwerp niet ruimer gebruiken dan de bedoeling
is. Vrijwel alle ontwerpen worden door het auteursrecht beschermd.
Er bestaat echter ook een belangrijke beperking: het auteursrecht
is niet van toepassing op ideeën. Voor toepasbaarheid van het
auteursrecht is echter een zintuiglijk waarneembare schepping
vereist. Een idee of gedachte op zichzelf is niet voldoende. Het
uitgangspunt van de Auteurswet is helder en begrijpelijk. Als alle
ideeën ook onder het auteursrecht zouden vallen, zou de
maatschappij onvoldoende kunnen ontwikkelen. Het idee om na een
houseparty een afterparty te organiseren, is niet te beschermen.
Hetzelfde geldt voor het idee om in zakken chips kartonnetjes te
doen die kinderen (tot wanhoop van hun ouders) kunnen sparen, het
idee om een gestileerd portret als logo te gebruiken, of het idee
om een zaal als circustent te beschilderen. Dit soort ideeën mag in
beginsel door anderen worden overgenomen. Een gedachte of idee is
dus niet voldoende om auteursrecht te verkrijgen. Er moet sprake
zijn van een zekere uitwerking. Het probleem is natuurlijk waar de
grens tussen idee en uitwerking ligt. Helaas heeft het recht hier
(weer) geen pasklaar antwoord voor. Per geval zal moeten worden
bekeken of er sprake is van slechts een idee of dat je al kunt
spreken van een auteursrechtelijk beschermde uitwerking.
Geldt het auteursrecht ook voor internet?
Ja. Gebruikers van internet wijzen er vaak op dat door het
ontbreken van landsgrenzen de bestaande rechtssystemen niet van
toepassing zijn. Men vergeet daarbij echter dat (voorlopig) elke
internetgebruiker ook nog staatsburger is van een bepaald land. Bij
gebruik van internet moet je dus wel degelijk rekening houden met
bepaalde rechten en plichten. Degene die zonder toestemming in
Nederland een auteursrechtelijk beschermd werk op internet zet, kan
op grond van de Nederlandse Auteurswet door de maker worden
aangesproken. Ook de persoonlijkheidsrechten blijven voor internet
van toepassing. Men kan ervan uitgaan dat dit niet alleen voor
Nederland geldt, maar voor vrijwel alle (westerse) landen.
Uiteraard is het mogelijk om in een bananenrepubliek een in
Nederland beschermd werk zonder gevolgen op internet aan te bieden,
maar voorlopig levert dat voor Nederlandse ontwerpers nog niet zo'n
probleem op. Derden hebben op het moment immers vrijwel nooit een
financieel voordeel bij het verspreiden van afbeeldingen van
ontwerpen op internet. In andere branches (bijvoorbeeld de
muziekindustrie) is het auteursrecht probleem van internet veel
groter.
Geldt het auteursrecht als het werk wordt gebruikt voor een
non-profitorganisatie?
Het auteursrecht maakt op zich zelf geen onderscheid tussen
commerciële en niet-commerciële toepassingen. Voor de vraag of er
een inbreuk op het auteursrecht is gepleegd, maakt het karakter van
de toepassing niet uit. Wel kan in een gerechtelijke procedure de
hoogte van een eventuele schadevergoeding beïnvloed worden door het
commerciële karakter van een inbreukmakende toepassing.
Kan het auteursrecht worden omzeild door een ontwerp op 7
plaatsen te wijzigen?
Nee. Bij het auteursrecht gaat het om de vraag of het ‘nieuwe’ werk
is ontleend aan het eerdere werk. Daarbij speelt de totaalindruk
een belangrijke rol. Zeven kleine wijzigingen in een ontwerp,
waarbij de totaalindruk toch hetzelfde is gebleven, levert gewoon
een auteursrechtinbreuk op. Het is natuurlijk zo dat als men een
ontwerp op zeven plaatsen wijzigt er een totaal nieuw beeld kan
ontstaan, zodat het oude werk helemaal niet meer te herkennen is.
Dan is er inderdaad een nieuw werk ontstaan, maar een dergelijk
effect had misschien ook met vier wijzigingen kunnen worden
bereikt.
Kan het auteursrecht worden overgedragen?
Het auteursrecht kan inderdaad aan een ander worden overgedragen.
Dit dient schriftelijk te gebeuren. Wat echter niet aan een ander
kan worden overgedragen zijn de zogenaamde persoonlijkheidsrechten.
Dit zijn de rechten die de persoonlijke band tussen een maker en
zijn werk regelen. Een belangrijk persoonlijkheidsrecht is
bijvoorbeeld het recht van de maker om zich in redelijkheid tegen
wijzigingen in zijn werk te verzetten. Overigens is een
auteursrecht overdracht bij ontwerp-opdrachten veelal niet nodig.
Een licentie om het ontwerp op een bepaalde wijze te gebruiken
volstaat normaal gesproken.
Kan een ontwerper zich verzetten tegen een wijziging in zijn
werk?
Volgens de wet kan een maker van een auteursrechtelijk beschermd
werk zich tegen een wijziging in zijn werk verzetten, voorzover een
dergelijk verzet niet in strijd is met de redelijkheid. Tegen een
verminking van een ontwerp kan een ontwerper zich altijd verzetten.
De grens tussen een wijziging en een verminking is natuurlijk niet
scherp te trekken, maar men zal veelal op gevoel al een eind kunnen
komen. Overigens bepalen de algemene voorwaarden van de BNO dat een
opdrachtgever altijd de toestemming van de ontwerper nodig heeft
als hij een wijziging in het ontwerp wil aanbrengen.
Heb ik als ontwerper recht op naamsvermelding?
In beginsel heeft een ontwerper er recht op dat zijn naam aan het
ontwerp wordt verbonden. Toch kan niet altijd een beroep op dit
recht worden gedaan. De algemene voorwaarden van de BNO geven aan
dat naamsvermelding achterwege gelaten kan worden indien het
ontwerp er zich niet voor leent. Bij een logo kan natuurlijk de
naam van de ontwerper niet worden geplaatst. Wel kan een ontwerper
verlangen dat bij publiciteit rondom het logo zijn/haar naam wordt
genoemd.
Hoe lang blijft het auteursrecht geldig?
Het auteursrecht loopt tot 70 jaar na de dood van de maker. Bij het
overlijden gaat het recht over op de erfgenamen. Indien de kans
reëel is dat na het overlijden nog veel gebruik gemaakt zal worden
van het werk, verdient het aanbeveling om onder de erfgenamen één
vertegenwoordiger aan te wijzen, die namens de erfgenamen afspraken
kan maken met producenten of uitgevers. Overigens kunnen ook de
persoonlijkheidsrechten na het overlijden op de erfgenamen
overgaan, maar indien men dit wilt dan moet dat expliciet geregeld
worden bij testament of codicil.
Een klant wil de rechten op mijn ontwerp afkopen. Wat betekent
dat?
Inderdaad wordt vaak over het afkopen van rechten gesproken. Deze
terminologie is echter niet helemaal duidelijk. In feite kan er
zowel een overdracht van de rechten als het verlenen van een
onbeperkte licentie (toestemming) mee worden bedoeld. Uiteindelijk
kunnen er dus toch nog allerlei misverstanden ontstaan. Beter is
het dan ook om over een overdracht of een licentie te spreken.
Wat is een licentie?
Met een licentie geeft een ontwerper aan zijn opdrachtgever/klant
toestemming om zijn ontwerp te gebruiken. Bij vrijwel elke opdracht
wordt een dergelijke licentie verstrekt, ook al wordt er niet
expliciet over gesproken. Beide partijen gaan er immers normaal
gesproken vanuit dat een ontwerp door de klant mag worden gebruikt.
Wel ontstaan er vaak problemen over wat nu precies de inhoud van
een dergelijke licentie is. Het is dan ook beter om voorafgaand aan
een ontwerp opdracht duidelijke afspraken te maken over wat de
klant met het ontwerp mag doen.
Wat is het verschil tussen een licentie en een overdracht van
auteursrechten?
Bij een licentie geeft de auteursrechthebbende aan een ander het
recht gebruik te maken van het ontwerp. De licentie kan beperkt
zijn tot het doel waarmee de opdracht is verstrekt, of, als het om
een ontwerp met meerdere toepassingen gaat, expliciet verleend
worden voor bepaalde toepassingen. Denk daarbij aan bijvoorbeeld
een bepaald territorium/gebied/landen, een bepaalde tijd en
exclusief of niet-exclusief. De basis, de auteursrechten zelf,
blijven in dat geval bij de rechthebbende en voor ieder gebruik
buiten de beperkte licentie is in beginsel opnieuw toestemming
nodig. Een overdracht van auteursrechten lijkt erg op een
onbeperkte, exclusieve licentie. De verkrijger kan zelf bepalen
hoe, hoevaak en waar hij het ontwerp wil gebruiken. Hij heeft
daarvoor geen toestemming nodig van de oorspronkelijke maker.
Sterker, als nieuwe auteursrechthebbende kan hij op zijn beurt weer
aan anderen licenties verstrekken of de rechten overdragen. De
oorspronkelijk maker heeft geen zeggenschap meer over gebruik, maar
kan zich onder omstandigheden nog wel verzetten tegen wijzigingen
of aantasting of verminking van zijn werk. Vaak is een overdracht
van rechten niet nodig en kan worden volstaan met een licentie die
aansluit bij de wensen van de opdrachtgever.
Wat is het verschil tussen een patent en een octrooi?
Er is geen verschil. Patent is de Duitse en Engelse benaming voor
een octrooi. Een octrooi kan men aanvragen op een technische
uitvinding. Octrooien rusten niet alleen op ingewikkelde machines,
maar ook op bijvoorbeeld verpakkingen voor inventieve (technische)
ontwerpen voor levensmiddelen en dergelijke. Vaak is het
verstandig, als men vermoedt dat er sprake kan zijn van een
octrooi, om een octrooigemachtigde te raadplegen. Neem eventueel
contact op met de BNO.
Mijn opdrachtgever heeft me gevraagd zijn logo als merk te
deponeren. Hoe werkt dit?
Veel logo’s worden inderdaad als merk gedeponeerd. Daarmee kan een
opdrachtgever ervoor zorgen dat een concurrent niet een gelijkend
logo gaat gebruiken. Het is af te raden om als ontwerper zelf een
depot voor de klant te verrichten. Op zichzelf hoeft zo’n depot
niet al te ingewikkeld te zijn, maar de risico’s voor als er iets
misgaat, zijn groot. Voor het deponeren van logo’s kan dan ook
beter een merkengemachtigde worden ingeschakeld. Overigens kan het
auteursrecht vaak gewoon in handen van de ontwerper blijven. Er
rusten dan twee rechten op het logo: het merkenrecht, dat in handen
is van de opdrachtgever, en het auteursrecht, dat bij de ontwerper
rust. Vanzelfsprekend dienen beide partijen elkaars rechten wel te
respecteren.
Mijn opdrachtgever wil mijn ontwerp als model deponeren. Wat
betekent dat?
Naast het auteursrecht bestaat het modellenrecht. Voor industrieel
ontwerpers (en hun klanten) kan het modellenrecht van belang zijn.
Er is dit jaar een nieuwe regeling in werking getreden die het
modellenrecht (net als het auteursrecht) zonder een depot doet
ontstaan. Een depot is nog steeds mogelijk, maar vooral zinvol bij
een voorziene exploitatie die hoge omzetten met zich mee zal
brengen en zich mede in het buitenland zal afspelen. Daarnaast kan
een depot nuttig zijn bij ontwerpen waarbij de keuzemogelijkheden
van de ontwerper beperkt zijn. Denk aan een ontwerp voor een
‘gewone’ bureaustoel.
Wat is portretrecht?
In publicaties is het niet zonder meer toegestaan om portretten van
mensen te gebruiken. Iemand kan tegen een publicatie van zijn
portret in het geweer komen indien hij een ‘redelijk belang’ heeft.
Zo’n belang kan verschillende gronden hebben. In de eerste plaats
kan de persoonlijke levenssfeer van iemand in het geding zijn. Een
foto van dansende mensen uit een discotheek kan een probleem
opleveren, er kunnen verschillende (individuele) redenen zijn
waarom mensen publicatie hiervan niet gewenst vinden. Bij
commerciëel gebruik (reclame) moet vrijwel altijd de toestemming
van de geportretteerden gevraagd worden. Ook met portretten van
bekende mensen moet worden opgepast, hoewel vaak ook andere rechten
een rol kunnen spelen (vrijheid van meningsuiting en nieuwsgaring).
Een foto van Dennis Bergkamp na het maken van een doelpunt mag
natuurlijk zonder diens toestemming de volgende dag in de krant
geplaatst worden. Dezelfde foto mag echter niet zomaar voor een
kalender worden gebruikt.
Kun je ook beelden citeren?
Hoewel men bij citeren vaak alleen denkt aan teksten kunnen beelden
wel degelijk worden geciteerd. Om een beeld als citaat te kunnen
gebruiken, dient wel aan een aantal voorwaarden te worden voldaan.
Om te beginnen moet een citaat iets verduidelijken, het mag niet
zomaar als ‘versiering’ worden gebruikt. De omvang van het citaat
mag niet te groot zijn en ook mag het citaat geen overheersende
beeldbepaler zijn. Tot slot dient een citaat vergezeld te gaan van
de bron met (indien bekend) vermelding van de naam van de maker. Om
een voorbeeld te geven: een (bescheiden) afbeelding van een
schilderij bij een artikel over dat schilderij, zal doorgaans als
citaat worden geaccepteerd. Maar een afbeelding van hetzelfde
schilderij op het omslag van het betreffende tijdschrift niet, ook
al wordt er in het tijdschrift een artikel aan gewijd. In een
artikel, lezing of boek kunnen meerdere (beeld)citaten opgenomen
worden, maar met meerdere citaten van één auteur dient voorzichtig
te worden omgesprongen.
Mogen afbeeldingen van bankbiljetten vrij gebruikt
worden?
De Europese Centrale Bank heeft het auteursrecht op de
bankbiljetten en munten. Het is onder bepaalde voorwaarden
toegestaan om afbeeldingen ervan te gebruiken. Voor de specifieke
regels kan men terecht bij de Nederlandse Bank te Amsterdam
www.dnb.nl. Als uitgangspunt geldt
dat reproducties éénzijdig moeten zijn, om het risico te
verminderen dat het algemene publiek reproducties van
eurobankbiljetten verwart met echte bankbiljetten. In het algemeen
is het toegestaan om foto’s en tekeningen op te nemen waarbij de
aandacht niet primair uitgaat naar de bankbiljetten of reproducties
zelf, en die geen detailopnames van het ontwerp van de
bankbiljetten weergeven. Ook zal er niet opgetreden worden tegen
aan één zijde bedrukte reproducties, die meer dan 125% of minder
dan 75% van zowel de lengte als de breedte van het desbetreffende
bankbiljet tonen, ongeacht het materiaal dat is gebruikt voor de
reproductie.
Mag ik bij wijze van grap een afbeelding van Goofy gebruiken
voor een cover?
Het auteursrecht beschermt makers van originele werken tegen
ongewilde overname. Voor elk gebruik van een werk moet aan de maker
(of rechthebbende) om toestemming worden gevraagd. Hier is een
aantal uitzonderingen op, waar ook de parodie onder valt. Je
spreekt van een parodie indien een werk wordt nagebootst op een
wijze die de lachlust opwekt. Daarbij dient de parodie een
zelfstandig werk te zijn, waarin het contrast met het
oorspronkelijke werk duidelijk naar voren komt. Een geoorloofde
parodie behoeft niet de instemming van de maker van het
oorspronkelijke werk. Blijft de vraag wanneer is een parodie
toegestaan. De eerste belangrijke ‘regel’ is dat de nabootsing niet
verder gaat dan voor een parodie noodzakelijk was. Zorg bij een
parodie dus voor ‘voldoende’ contrast met het origineel en breng
‘voldoende’ afwijkingen aan. Verder lijkt een parodie die op
zichzelf staat, eerder geaccepteerd te worden dan een parodie die
in een bepaalde context wordt toegepast. Dus het gebruik van Goofy
voor de omslag van een tijdschrift is risicovoller dan een parodie
op zich zelf. Ook de omvang van het commercieel belang is van
belang. De toelaatbaarheid van een parodie zal afnemen, naarmate
het commerciële aspect meer de boventoon gaat voeren.
Voor meer gedetailleerde / individuele informatie: zie
subnavigatie 'adressen'
bron:
http://www.bno.nl/ontwerpers/advies/vragen